Achtergrondinformatie

Vanaf de jaren '70 groeide de bezorgdheid over de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens in verschillende landen. Geleidelijk aan kwam dan ook een wetgevend proces op gang, met als doel regels op te leggen voor dergelijke verwerkingen.

Ook in België kwam dat proces op gang. Zo werd reeds in 1969 een wetsvoorstel in de Senaat ingediend waarin werd voorgesteld om voor afluister-, spionage en opnameapparatuur een wapenvergunning te eisen. In 1976 diende de toenmalige minister van Justitie een eerste wetsontwerp over deze materie in bij het Parlement. Ook daarna volgden nog wetsvoorstellen en (voor)ontwerpen van wet over privacybescherming bij gegevensverwerkingen, maar al deze initiatieven zouden uiteindelijk niet tot wetgeving leiden.

Tot aan de goedkeuring van de "algemene" Privacywet werden enkel specifieke wetten aangenomen: een koninklijk besluit over een databank van personeelsleden van de overheidssector (1982), de wet op het Rijksregister (1983) en de wet tot oprichting van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (1990).

Toen België in 1991 Verdrag nr. 108 van de Raad van Europa over de bescherming van personen bij de automatische verwerking van persoonsgegevens ratificeerde, moest er onvermijdelijk een nationale wetgeving hierover volgen: de Privacywet, die in 1992 in het Staatsblad verscheen en 1996 volledig in werking zou treden.

Intussen hadden het Europees Parlement en de Raad in 1995 de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EG uitgevaardigd, die in 1998 in nationale wetgeving werd omgezet. Deze omzettingswet kon echter niet in werking treden zonder een nog op te stellen uitvoeringsbesluit. Dat werd uitgevaardigd op 13 februari 2001 en trad samen met de wet in voege op 1 september van hetzelfde jaar. De voornaamste verandering die de Europese Privacyrichtlijn met zich meebracht, was dat gegevensverwerkingen niet langer in principe toelaatbaar waren, maar dat zij beperkt waren tot een aantal in de richtlijn vermelde gevallen.

Een nieuwe mijlpaal in de regelgeving rond privacy- en persoonsgegevensbescherming diende zich aan in 2003, toen de Privacycommissie bij wet werd ingesteld bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, en niet langer tot de Federale Overheidsdienst Justitie behoorde. Naast deze verandering van statuut werd in 2003 ook een wettelijke bevoegdheidsuitbreiding geregeld. Sectorale comités werden in gesteld binnen de Privacycommissie, die elk in hun eigen sector beslissen over gegevensstromen binnen de overheidssector.

Op deze website werd de laatste wet van 2003 niet opgenomen. Enkel nationale en internationale wetgeving en parlementaire stukken van begin de jaren '70 tot 1998 worden vermeld. U kunt hieronder gewoon doorklikken naar de betreffende lijstpagina's voor een overzicht. Wilt u een iets uitgebreider tekstueel overzicht van de wetgeving rond privacy- en gegevensbescherming, dan kunt u dat downloaden als pdf-bestand.

Nationale wetgeving

wetten

koninklijke besluiten

omzendbrieven

berichten

parlementaire stukken

Internationale wetgeving

wetgevende teksten

parlementaire stukken