Over de Privacycommissie - historisch overzicht

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (CBPL - beter gekend als de Privacycommissie), is een onafhankelijk orgaan dat erop toeziet dat uw privacy wordt gerespecteerd bij de verwerking van uw persoonsgegevens. Zoals de naamgeving "commissie" laat vermoeden, is de Privacycommissie een collegiaal orgaan: zij neemt haar beslissingen tijdens een driewekelijkse zitting van commissarissen, die wordt voorbereid door het secretariaat van de Privacycommissie. Meer informatie over de huidige samenstelling en de werking van de Privacycommissie, en een overzicht van al haar beslissingen, is beschikbaar op haar hoofdwebsite.

Historiek van de Privacycommissie

De Privacycommissie is ontstaan als raadgevende commissie met een initieel erg beperkte bevoegdheid, namelijk advies geven in alle aangelegenheden die te maken hebben met privacybescherming, en klachten in dat verband onderzoeken, maar uitsluitend voor de toepassing van 2 bepaalde wetteksten: Koninklijk Besluit nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector, en de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Van onafhankelijkheid van de Privacycommissie was toen nog weinig sprake, aangezien de leden ervan werden voorgedragen door de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Economie.

Toen in 1990 de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid werd opgericht, kreeg de Privacycommissie ook een adviesbevoegdheid voor de privacyaspecten van de wet die die Kruispuntbank oprichtte. De onafhankelijkheid werd toen iets groter, ook al bleef Justitie het voogdijministerie, omdat de leden van de Privacycommissie voortaan afwisselend werden benoemd door Kamer en Senaat. Bovendien werd er toen reeds geopperd dat de Privacycommissie een andere samenstelling en werkwijze moest krijgen voor een optimale uitoefening van haar taken. En dat was ook wat gebeurde met een aantal wettelijke ingrepen, waarvan de Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens ("de Privacywet") het sluitstuk vormde.

De Privacwet hield ook een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van de Privacycommissie in. Voortaan waren die niet meer gebonden aan specifieke gegevensbanken of een beperkt aantal wetteksten. Zij kon zich nu als adviseur en bemiddelaar uitspreken over alle aangelegenheden rond privacy- en persoonsgegevensbescherming naar aanleiding van wetsontwerpen of klachten die hierop betrekking hadden. Verder kreeg zij ook de bevoegdheid om aanbevelingen te doen in deze aangelegenheden, evenals een onderzoeksbevoegdheid.

2003 was het jaar van de laatste metamorfose voor de Privacycommissie, die toen bij de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingesteld en dus niet langer behoorde tot de Federale Overheidsdienst Justitie. De tweede grote verandering die toen werd doorgevoerd was de oprichting van sectorale comités binnen de Privacycommissie. Hun bevoegdheid bestaat erin doorgifte van persoonsgegevens binnen een specifieke sector te machtigen.
Iets gedetailleerdere informatie over de geschiedenis van de Privacycommissie vindt u in het document "Historiek van de Privacycommissie". Wilt u meer weten over de huidige samenstelling, werking en beslissingen van de Privacycommissie en de sectorale comités, dan kunt surfen naar haar hoofdwebsite.